Galileo

Hoe gebruik je bronnen?

Een belangrijk onderdeel van wetenschappelijk schrijven is bronvermelding. Als je duidelijk weergeeft waar je bepaalde standpunten of conclusies vandaan haalt, dan kan een geïnteresseerde lezer gemakkelijk verder onderzoek doen naar je onderwerp. Zo gaat de wetenschap vooruit. Er is niemand die alles kan gelezen hebben dat gepubliceerd is, maar via duidelijke bronvermelding helpen we elkaar mooi op weg.
Je verwijst naar een bron in je tekst als je ideeën of resultaten uit die bron vermeldt. Alle bronnen waarnaar je in je tekst hebt verwezen, worden op het einde nog eens opgelijst. Er bestaan vaste richtlijnen om naar bronnen te verwijzen in de tekst en op het einde in je referentielijst, zoals APA, IEEE, Harvard en Chicago. Afhankelijk van je opleiding en promotor kan dat verschillen.

Wees consistent
Zorg ervoor dat je verwijzingen consistent en uniform zijn. Kies één refereerstijl en houd je daar minutieus aan. Het enige wat je moet doen is aandachtig en zorgvuldig te werk gaan.

In elke zin waarin je iets schrijft dat je ergens gelezen hebt, moet je verwijzen naar de bron. Je kan een bron over meerdere zinnen aanhalen, maar zorg ervoor dat het duidelijk is. Je lezer mag niet gissen uit welke bron het ene en het andere komt.
no
In België zijn ten minste 200 microsoorten van Taraxacum officinale beschreven, al maken heel wat bronnen dit onderscheid niet meer door de vele kruisingen tussen de microsoorten (Karl,1980; Linné,2001).
yes
In België zijn ten minste 200 microsoorten van Taraxacum officinale beschreven (Karl, 1980), al maken heel wat bronnen dit onderscheid niet meer door de vele kruisingen tussen de microsoorten (Linné, 2001).
Je verwijst niet naar een bron als je zelf zaken afleidt of iets concludeert. Elke zin waar geen bronvermelding in te vinden is, vertegenwoordigt dus jouw ideeën. Beargumenteer die dan ook voldoende.

Vermijd citaten en parafraseer
Het is jouw tekst. Dat wil zeggen dat het overgrote deel van je paper moet bestaan uit jouw woorden. Veel studenten maken de fout te veel letterlijke citaten uit artikels te halen. Het loont veel meer om in je eigen woorden te vertellen wat er gezegd wordt. Daarmee toon je aan dat je de bronnen niet alleen gelezen, maar ook begrepen hebt en kan plaatsen in je werk. Citaten breken bovendien de leesflow van de lezer, omdat het vaak om anderstalige quotes gaat in een anders Nederlandstalige tekst.

Probeer dus zoveel mogelijk te parafraseren. Met parafraseren wordt bedoeld dat je de inhoud van een bepaalde uitspraak of artikel in je eigen woorden formuleert. Als delen van de zin letterlijk uit het origineel komen, heb je alsnog aanhalingstekens nodig. Een vertaling uit het origineel telt niet als een parafrase.
no

Hogewoning et al. (2012) schreef: “We show quantitatively that leaves acclimate their photosystem composition to their growth light spectrum and how this changes the wavelength dependence of the photosystem excitation balance and quantum yield for CO2 fixation. This also proves that combining different wavelengths can enhance quantum yields substantially.”. Souterrain (2015) onderzocht dit effect verder: “The co-irradiation with blue and red light enhances the quantum yield for CO2 fixation in the leaves of several varieties of Camelina sativa.”.

yes
Nadat Hogewoning et al. (2012) aantoonde dat de samenstelling van de fotosystemen in bladeren golflengteafhankelijk is, ontwikkelde Souterrain (2015) verschillende huttentutvariëteiten met een hoge kwantumefficiëntie van de CO2-fixatie door co-irradiatie met blauw en rood licht.
Een citaat gebruik je alleen als het echt een kort en krachtig geformuleerde uitspraak is. Er zijn er zo niet veel. Wees dus zuinig. Citeer niet altijd een bron als je een definitie van iets zoekt. Probeer het concept zelf in woorden uiteen te zetten. Citaten met meer dan 40 woorden worden trouwens met een insprong en witregel in je tekst gezet.
In het hoofddeel van je paper voeg je korte referenties toe waar je steunt op een andere bron. Op het einde van je paper verzamel je al die bronnen in een referentielijst.
Over de vorm van de referenties in de tekst en de referentielijst bestaan uiteenlopende, gedetailleerde stijlregels. Refereren lijkt wel boekhouden waarbij elke accountant er een ander systeem op nahoudt. Laat je daardoor echter niet afschrikken en houd de belangrijkste regel voor ogen: wees consistent! Correct verwijzen is niet het doel van een wetenschappelijk werk, maar wel een noodzakelijke voorwaarde.
De belangrijkste refereerstijlen voor bio-ingenieurs zijn de APA- en de IEEE-stijl. Die zien er zo uit:
APA IEEE
Referentie in de tekst Er zijn vier absolute voorwaarden voor de vorming van löss: een stofbron, voldoende wind, een geschikte accumulatieplaats en voldoende tijd (Pye, 1995). Er zijn vier absolute voorwaarden voor de vorming van löss: een stofbron, voldoende wind, een geschikte accumulatieplaats en voldoende tijd [1].
Referentielijst Pye, K. (1995). The nature, origin and accumulation of loess. Quaternary Science Reviews, 14, nr. 7–8, pp. 653–667. [1] K. Pye, “The nature, origin and accumulation of loess”, Quaternary Science Reviews, vol. 14, nr. 7–8, pp. 653–667, jan. 1995.
Vraag aan je promotor of begeleider welke stijl je moet hanteren. Hieronder kan je in ieder geval lezen hoe je deze stijlen gebruikt voor de meest voorkomende bronsoorten. Twijfel je of ben je op een niet-alledaagse bron gestoten, open dan je zoekmachine. Zowel over de APA- als de IEEE-stijl zijn lijvige overzichten geschreven.Welke specifieke stijl je ook toepast, er zijn een aantal algemene punten waar je zeker op moet letten.

Stel het niet uit
Probeer het opstellen van de referentielijst niet tot op het laatste moment uit te stellen. Houd goed bij wat je waar gelezen hebt en als je een bron gebruikt tijdens het schrijven, zet die bron dan ook meteen correct (en conform aan alle andere referenties) in je referentielijst. Dat bespaart je achteraf veel werk.

Automatiseer en kijk na
Gebruik gespecialiseerde software zoals EndNote, Mendeley en Zotero om schoonheidsfoutjes te voorkomen en het werk verlichten. Heel wat van deze pakketten kunnen trouwens BibTex-bestanden importeren en exporteren.

Al gebruik je een hulpmiddel, kijk steeds je volledige referentielijst na. Houd er ook rekening mee dat de APA- en IEEE-regels lichtjes anders zijn in het Nederlands dan in het Engels.

Houd het netjes en consistent
Je referentielijst moet niet alleen volledig zijn, maar ook consistent en netjes. Houd je aan één refereerstijl en zorg ervoor dat het overzichtelijk is. Vind je maar niet terug hoe je naar een bepaald type bron verwijst? Maak dan zelf een duidelijke keuze op basis van de info die je gevonden hebt en houd die stijl aan.

Overbodige referenties
Elke referentie in de tekst verwijst naar een bron in de referentielijst en omgekeerd. Zorg ervoor dat je geen bronnen opneemt waar je niet naar verwijst. Zulke bronnen horen thuis in een afzonderlijke bibliografie.

De APA-stijl of het auteur-jaar-systeem is de meest toegepaste wetenschappelijke referentiestijl. De stijl legt zowel vast hoe je in je tekst naar een bron verwijst als hoe je die bron opneemt in de referentielijst achteraan je werk.

Hieronder vind je de belangrijkste principes van de APA-stijl en enkele voorbeelden die je helpen om deze stijl correct te gebruiken. Deze tips zijn los gebaseerd op Pollefliet, L. (2011). Schrijven: van verslag tot eindwerk: do’s & don’ts. Gent: Academia Press.

In de APA-stijl verwijs je naar een bron door achter een zin of een alinea “(Auteur, jaartal)” te zetten. Is de auteur onbekend, dan kan je ook “(Verkorte titel, jaartal)” gebruiken. Hoe dan ook, de combinatie die je kiest komt uiteraard overeen met een bron in de referentielijst.
Wil je de verwijzing in een vloeiende zin gebruiken, dan kan je als alternatief “Auteur (jaartal)” of “Verkorte titel (jaartal)” kiezen. Hoe dat er precies uitziet hangt dan af van van de hoeveelheid auteurs.
Heeft een bron een of twee auteurs, dan vermeld je hen allemaal in de tekst:
Geeraerts (1997) oppert dat de wetenschappelijke evolutie van meststofproductie doorheen de 19de eeuw getrapt verloopt.
De wetenschappelijke evolutie van meststofproductie doorheen de 10de eeuw gebeurde getrapt (Geeraerts, 1997).

Shen en Su (2011) hebben vastgesteld dat de kwikvervuiling de belangrijkste factor is in het ontwikkelingsproces.

De belangrijkste factor van dit ontwikkelingsproces is de kwikvervuiling (Shen en Su, 2011).
Heeft een bron meer drie of meer auteurs, dan vermeld je enkel de eerste auteur gevolgd door “et al.”. In de referentielijst moet je natuurlijk alle auteurs vermelden.
Trewani et al. (2018) waarschuwen voor de negatieve gevolgen van straling op het bioritme van micro-organismen.
Deze straling is vermoedelijk schadelijk voor het bioritme van verscheiden micro-organismen (Trewani et al., 2018).
Meerdere bronnen die dezelfde stelling ondersteunen, plaats je naast elkaar met een puntkomma:
King (2001) beschrijft hoe deze processen de vruchtbaarheid van de aardoppervlakte kunnen beïnvloeden (zie ook Berghe et al., 2017; March, 2012).
Deze processen beïnvloeden de vruchtbaarheid van het aardoppervlakte (Berghe et al., 2017; King, 2001; March, 2012).
Verwijs je naar meerdere artikels van dezelfde auteur (of een naamgenoot) uit hetzelfde jaar, dan voeg je letters toe achter het jaartal:
In zijn wonderjaar, verrichte Einstein onderzoek naar het foto-elektrisch effect, de Brownse beweging en de speciale relativiteitstheorie (Einstein 1905a, 1905b, 1905c).
Bij verzamelwerken wordt de naam van de auteur gebruikt en niet die van de redacteur of editor. Je bent met andere woorden op zoek naar de schrijver van het hoofdstuk of het artikel en niet naar de naam van de samensteller.
Sommige bronnen duiden geen auteurs aan. Kan je een instelling als de auteur van beschouwen, dan gebruik je die:
Uit gegevens van de overheid blijkt dat de wildgroei aan ecolabels verwarring scheppen bij de consument (Federale Overheidsdienst Economie, 2016).
Kan je noch een persoon noch een instelling aanduiden als auteur, dan val je terug op de titel van de bron of een afgekorte versie daarvan. Hoewel je hierbij heel wat vrijheid hebt, raden we je aan een ietwat logische en consistente keuze te maken. Een voorbeeld is het eerste zelfstandig naamwoord in de titel of de titel zonder lidwoorden, rangtelwoorden, enz.
Titel van de bron: Het tweede nationaal rapport naar de perceptie van ecolabels bij de gemiddelde consument. Referentie in de tekst: (Rapport, 2016)
Deze aanpak pas je ook toe voor normen, wetsartikelen en allerhande documenten zonder duidelijke auteurs. Naar een norm kun je bijvoorbeeld verwijzen aan de hand van zijn specificaties en het jaar:
(ISO 9001, 2015)
Alle regels hierboven kan je ook toepassen op digitale bronnen. Is de auteur van een website gekend, dan vermeld je die. Is de auteur onbekend, dan gebruik je een versie van de titel:
UGent (2020) verklaart in een online persbericht dat het Wikipedia-artikel over haar geschiedenis flagrante fouten bevat (Geschiedenis van de Universiteit Gent, 2020).
Ontbreekt het jaartal van een bron, dan schrijf je “z.j.” (zonder jaartal) of “s.d.” (sine dato), maar wees consistent:
De experimenten door Beketov (s.d.) vormen het startpunt van de aluminothermie.
Overgenomen tabellen en figuren pas je meestal aan aan de stijl van je eigen werk. Gebruik daarvoor de notatie “eigen bewerking van Auteur (jaar)”.
Je referentielijst is alfabetisch geordend op basis van de namen van de auteurs en de verkorte titels. Horen bij een bepaalde auteur of titel meerdere werken, dan rangschik je ze chronologisch van oud naar nieuw. Heb je artikels geraadpleegd van een bepaalde auteur die soms alleen publiceert en andere keren samen met collega’s, dan komen eerst de individuele artikels en dan pas de gezamenlijke.
De laatste decennia zijn er heel wat nieuwe inzichten ontstaan over het verband tussen het roosteren van cacaobonen en de kwaliteit van chocolade. Zweefham (1996) toont aan dat roosteren bij lage temperatuur leidt tot een relatief complexe en aromatische smaak. Dit wordt impliciet bevestigd door Aardnoot (2001), die bij hoge temperatuur een intense en bittere, doch weinig complexe smaak bekomt.

Referentielijst

 

Aardnoot, Z. (2001). High roasting of cacao beens. Flavor magazine, 6, pp. 200-205.


Zweefham, A. (1996). Low roasting of cacao beens. Cacao research, 5, pp. 100-105.

Wetenschappelijke artikels worden meestal niet afzonderlijk, maar in een tijdschrift of een boek gepubliceerd. Een artikel uit een tijdschrift neem je zo op in een referentielijst:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, volume, pp. Pagina’s.

Erdman, P. (2019). Systems of Ecological Thinking: A Literature Review. Journal of Ecology, 5, pp. 459-474.

Is het tijdschrift een dag- of een maandblad, dan schrijf je respectievelijk (jaar, dag maand) of (jaar, maand) in plaats van (jaar). De pagina’s waarop het artikel voorkomt vermeld je achter “pp.”.

Met het volume van het tijdschrift is wat raars aan de hand. Sommige tijdschriften worden per jaargang genummerd, dat wil zeggen dat het paginanummer eens per jaar op 1 wordt gezet. Andere tijdschriften starten elk volume of nummer bij pagina 1. Wordt een tijdschrift per jaargang genummerd, dan neem je enkel de jaargang (cursief) op:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, jaargang, pp. Pagina’s.

Chen, S. en Su, X. (2018). Glow in the Dark: Fluorescent Components in Scyliorhinus Retifer Skin. Biodiversity, 45, pp. 590-596.

Wordt een tijdschrift per volume of nummer genummerd, dan neem je ook het volume (cursief) en nummer (recht) op:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, volume, nr. nummer pp. pagina’s.

Hoeste, N. en Honengaerts, C. (2020). Communicating Biosources: A Systems Approach. Biocommunication Journal, 13, nr. 3, pp. 133-139.

Merk op dat je bij een tijdschriftartikel de plaats en de uitgever niet hoeft te vermelden.
Bij een artikel uit een boek doe je dat wel. Meer nog, je geeft ook aan wie de redacteurs zijn en laat de gegevens van het boek voorafgaan door “In”:

Auteurs. (jaar). Naam artikel/hoofdstuk. In Redacteurs (Red.), Titel en ondertitel boek, pp. pagina’s. Plaats uitgave: naam uitgeverij.

Bep. A. en De Kok, B. (2016). New Digitalism in Genetics: Criticism and Ethics. In A. Koeman en F. Ballerini (Red.), A New Era for Genetics: Trends and Innovations, pp. 76-110. New York: Springer Nature Publishing.

Verder gelden alle regels voor boeken en afzonderlijke publicaties ook voor artikels uit tijdschriften of boeken.
Wetenschappelijke artikels worden meestal niet afzonderlijk, maar in een tijdschrift of een boek gepubliceerd. Een artikel uit een tijdschrift neem je zo op in een referentielijst:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, volume, pp. Pagina’s.

Erdman, P. (2019). Systems of Ecological Thinking: A Literature Review. Journal of Ecology, 5, pp. 459-474.

Is het tijdschrift een dag- of een maandblad, dan schrijf je respectievelijk (jaar, dag maand) of (jaar, maand) in plaats van (jaar). De pagina’s waarop het artikel voorkomt vermeld je achter “pp.”.

Met het volume van het tijdschrift is wat raars aan de hand. Sommige tijdschriften worden per jaargang genummerd, dat wil zeggen dat het paginanummer eens per jaar op 1 wordt gezet. Andere tijdschriften starten elk volume of nummer bij pagina 1. Wordt een tijdschrift per jaargang genummerd, dan neem je enkel de jaargang (cursief) op:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, jaargang, pp. Pagina’s.

Chen, S. en Su, X. (2018). Glow in the Dark: Fluorescent Components in Scyliorhinus Retifer Skin. Biodiversity, 45, pp. 590-596.

Wordt een tijdschrift per volume of nummer genummerd, dan neem je ook het volume (cursief) en nummer (recht) op:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, volume, nr. nummer pp. pagina’s.

Hoeste, N. en Honengaerts, C. (2020). Communicating Biosources: A Systems Approach. Biocommunication Journal, 13, nr. 3, pp. 133-139.

Merk op dat je bij een tijdschriftartikel de plaats en de uitgever niet hoeft te vermelden.
Bij een artikel uit een boek doe je dat wel. Meer nog, je geeft ook aan wie de redacteurs zijn en laat de gegevens van het boek voorafgaan door “In”:

Auteurs. (jaar). Naam artikel/hoofdstuk. In Redacteurs (Red.), Titel en ondertitel boek, pp. pagina’s. Plaats uitgave: naam uitgeverij.

Bep. A. en De Kok, B. (2016). New Digitalism in Genetics: Criticism and Ethics. In A. Koeman en F. Ballerini (Red.), A New Era for Genetics: Trends and Innovations, pp. 76-110. New York: Springer Nature Publishing.

Verder gelden alle regels voor boeken en afzonderlijke publicaties ook voor artikels uit tijdschriften of boeken.
Raadpleeg je een versie van een bron die enkel digitaal beschikbaar is, dan vermeld je achteraan “Geraadpleegd op datum via URL”.
Voor e-boeken volg je gewoon de APA-stijl voor fysieke boeken:

Auteurs. (jaar). Titel en ondertitel. Plaats uitgave: naam uitgeverij, URL of DOI.

Ravelli. P. (2020). The Future of Agriculture: Research and Innovation. Cambridge: Cambridge University Publishing, https://thefutureofagriculture.ravelli.com.

De meeste artikels die je raadpleegt, zijn digitale versies van fysieke artikels die je kan herkennen aan het feit dat ze een jaargang, uitgavenummer en paginanummers hebben. Hiervoor gebruik je de gewone referentiestijl voor fysieke artikels uit tijdschriften.
Heb je toch een artikel gevonden die enkel online beschikbaar is of verschilt van de fysieke versie, dan doe je het zo:

Auteurs. (jaar). Naam artikel. Titel tijdschrift, nummer, pp. pagina’s, URL.

Roncfort, G. en Bardet, J. (2019). Mice Plagues in Venice: Causes and Consequences. Journal for European Health Research and Society, 43, https://jehras.com/4334.Roncfort-Bardet.

Een website kan je op heel wat manieren vermelden. Ken je de auteurs en de titel van de pagina, schrijf dan:

Auteurs. (jaar). Titel pagina. [Online] Beschikbaar: URL. [Geraadpleegd op datum]

Bezig, M.  (2020). Comments on the latest IPCC report. [Online] Beschikbaar: https://washingtonpost.com/opinion/44518983. [Geraadpleegd op 10/05/2020]

Ken je enkel de titel, dan heb je wat meer vrijheid. Is de titel kort, dan kan je die vooraan plaatsen. Is de titel iets langer, plaats dan een verkorte versie vooraan:

Titel pagina. (jaar). [Online] Beschikbaar: URL. [Geraadpleegd op datum]

Korte titel pagina. (jaar). Lange titel pagina. [Online] Beschikbaar: URL. [Geraadpleegd op datum]

Overview of raw materials in European soil. (2020). [Online] Beschikbaar: https://techformation.eu/soilworks/rawmaterialsineurope. [Geraadpleegd op 21/02/2020]

Overview of materials. (2020). Overview of raw materials in European soil.  [Online] Beschikbaar: https://techformation.eu/soilworks/rawmaterialsineurope. [Geraadpleegd op 21/02/2020]

In al deze gevallen kan je na de (lange) titel van de pagina ook de titel van de website toevoegen:

Korte titel pagina. (jaar). Lange titel pagina. Titel website. [Online] Beschikbaar: URL. [Geraadpleegd op datum]

Overview of materials. (2020). Overview of raw materials in European soil. European Soilworks.  [Online] Beschikbaar: https://techformation.eu/soilworks/rawmaterialsineurope. [Geraadpleegd op 21/02/2020]

Ken je enkel de auteurs, dan kan je enkel die opgeven:

Auteurs. (jaar). [Online] Beschikbaar: URL. [Geraadpleegd op datum]

Harrison, B. (2018). Geraadpleegd op 20/03/2020 via https://harrisononline.net/3453g32.

Vergeet ook niet de gespecialiseerde software die je gebruikt hebt in de referentielijst op te nemen. Vaak kan je de auteurs makkelijk terugvinden en schrijf je:

Auteurs. (jaar). Titel software [software]. Plaats uitgave: naam uitgeverij.

Davis, C. (2017). Statistics Package 1 [software]. Brooklyn: TechSoft.

Is het niet duidelijk wie de software gemaakt heeft, dan refereer je naar de titel van het pakket:

Titel software [software]. (jaar) Plaats uitgave: naam uitgeverij.

Statistics Package 1 [software]. (2017) Brooklyn: TechSoft.

De meeste bronnen die je als bio-ingenieur zult gebruiken, kan je vangen in de hokjes boek, artikel of digitale bron. Lukt dat niet, val dan terug op de algemene regel:

Auteurs. Titel document. (jaar). Titel publicatie. Plaats uitgave: naam uitgeverij.

Een norm geef je bijvoorbeeld als volgt weer:

NEN 1000. (2016). Regels voor het hanteren van het Internationale Stelsel van Eenheden. Delft: Nederlands Instituut voor Normalisatie.

Een patent of octrooi ziet er zo uit:

Cameron B. en Crouzet J. (2006). European patent No. 0673422 B1. Munich, Germany. European Patent Office.

Hanteer hierbij dezelfde regels als bij boeken en artikels. Ontbreekt het jaartal, dan schrijf je bijvoorbeeld (z.j) of (s.d.) in plaats van (jaar).
Wees niet te creatief. Referentielijsten zijn niet de plaats om te experimenteren. Heb je echt nood aan die ene gekke bron, dan weet je zoekmachine raad. Er zijn bibliotheken volgepend over de APA-stijl; je bron zal wel niet zó gek zijn.
De IEEE-stijl is een referentiestijl die wordt toegepast in heel wat ingenieursdisciplines zoals elektronica, computerwetenschappen en biomedische wetenschappen. De stijl legt zowel vast hoe je in je tekst naar een bron verwijst als hoe je die bron opneemt in de referentielijst achteraan je werk.
In de IEEE-stijl verwijs je naar een bron door achter een zin of een alinea een volgnummer tussen vierkante haken te plaatsen. Dat volgnummer correspondeert uiteraard met een bron in de referentielijst.
De wetenschappelijke evolutie van meststofproductie doorheen de 10de eeuw gebeurde getrapt [1].
Wil je de verwijzing in een vloeiende zin gebruiken, dan kan je als alternatief “Auteur [1]” kiezen. Hoe dat er precies uitziet hangt dan af van van de hoeveelheid auteurs. Heeft een bron een of twee auteurs, dan vermeld je hen allemaal in de tekst:
Geeraerts [1] oppert dat de wetenschappelijke evolutie van meststofproductie doorheen de 19de eeuw getrapt verloopt.

Shen en Su [1] hebben vastgesteld dat de kwikvervuiling de belangrijkste factor is in het ontwikkelingsproces.

Heeft een bron meer drie of meer auteurs, dan vermeld je enkel de eerste auteur gevolgd door “et al.”. In de referentielijst moet je natuurlijk alle auteurs vermelden.
Trewani et al. [1] waarschuwen voor de negatieve gevolgen van straling op het bioritme van micro-organismen.
Overgenomen tabellen en figuren pas je meestal aan aan de stijl van je eigen werk. Gebruik daarvoor de notatie “eigen bewerking van Auteur [1]”.
Je referentielijst heeft dezelfde volgorde als waarin de referenties in de tekst verschijnen.
De laatste decennia zijn er heel wat nieuwe inzichten ontstaan over het verband tussen het roosteren van cacaobonen en de kwaliteit van chocolade. Zweefham [1] toont aan dat roosteren bij lage temperatuur leidt tot een relatief complexe en aromatische smaak. Dit wordt impliciet bevestigd door Aardnoot [2], die bij hoge temperatuur een intense en bittere, doch weinig complexe smaak bekomt.

Referentielijst

 

[1] A. Zweefham, “Low roasting of cacao beans”, Cacao research, vol. 5, pp. 100-105, januari 1996.

 

[2] A. Aardnoot, “High roasting of cacao beans”, Flavor magazine, vol. 6, pp. 200-205, februari 2001.

Een boek of een andere afzonderlijke publicatie neem je volgens de IEEE-stijl als volgt op in een referentielijst:

Auteurs, Titel: ondertitel. Plaats van uitgave: uitgever, jaar.

[3] L. Vidhyasekaran, Switching on Plant Innate Immunity Systems: Bioengineering and Molecular Manipulation of PAMP-PIMP-PRR Signaling Complex. London: Springer International Publishing, 2016.

De titel en de ondertitel van het boek maak je cursief. 

De auteurs krijgen dezelfde volgorde als in het artikel, waarbij je de voornamen afkort met een punt en ‘en’ de laatste auteur voorafgaat (A. J. Kwak, M. Mouse en A. Einstein). Let op: plaats geen spatie tussen de initialen van eenzelfde auteur en laat alle titels weg (prof., dr., ir.).

[10] A.J. Kwak, M. Mouse en A. Einstein, Pinda Fever: Research into the Pinda Variants. Parijs: Walt Publishing, 1996.

 
 

[2] W.K. Chen, Linear Networks and Systems. Belmont, CA: Wadsworth Press,
2003.

[32] R. Hayes, G. Pisano en S. Wheelwright, Operations, Strategy, and Technical Knowledge. Hoboken, NJ: Wiley, 2007.

[8] Council of Biology Editors, Scientific Style and Format: The CBE Manual for Authors, Editors, and Publishers, 6th ed., Chicago: Cambridge University Press, 2006.

Verzamelwerken, die werden samengesteld door redacteurs of editors door het werk van verschillende auteurs te bundelen, worden op dezelfde manier opgenomen:

Redacteurs, red. Titel en ondertitel. Plaats uitgave: naam uitgeverij, jaar.

[1] J. L. Spudich en B. H. Satir, red., Sensory Receptors and Signal Transduction. New York: Wiley-Liss, 2001.

Ontbreekt het jaartal, dan kan je z.j. (zonder jaar) of s.d. (sine dato) schrijven. Het is echter beter om te vermelden waarom je de datum niet kan vinden en iets te schrijven als “in druk” of “in voorbereiding”.
Een gesloten of halfopen interval kan als (jaar) opgenomen worden (2001-2011) of (2008-). Dit betekent niet dat je onzeker bent over de precieze datum, maar dat het werk samengesteld is uit delen die in verschillende jaren gepubliceerd werden.
Als je de druk of de editie van het werk kent, schrijf je die na de ondertitel:

Auteurs, Titel: ondertitel, druk. Plaats van uitgave: uitgever, jaar.

[12] B. Drucker, Reptiles and Agriculture, 2de druk. New York: Springer, 2001.

Soms is het handig om aan te geven om wat voor soort publicatie het gaat (syllabus, masterproef, enz.). Doe dit achteraan, niet-cursief en tussen rechte haken:

Auteurs, Titel: ondertitel, druk. Plaats van uitgave: uitgever, jaar. [Soort publicatie]

[12] B. Drucker, Reptiles and Agriculture. New York: Springer, 2001. [Handboek]

Ontbreekt de plaats van de uitgave, dan kan je z.pl. (zonder plaats) of s.l. (sine loco) schrijven. Hebben de auteurs, redacteurs of vertalers het werk zelf op de markt gebracht, dan schrijf je in plaats van de naam van een uitgeverij “in eigen beheer”.
Wetenschappelijke artikels worden meestal niet afzonderlijk, maar in een tijdschrift of een boek gepubliceerd. Een wetenschappelijk artikel neem je volgens de IEEE-stijl zo op in een referentielijst:

Auteurs, “Titel van het artikel”, Naam van het tijdschrift, vol. volumenummer, nr. uitgavenummer, pp. paginanummers, maand jaar.

Het volumenummer komt overeen met de jaargang van het tijdschrift en het uitgavenummer met de uitgave binnen het jaar.

[12] K. A. Nelson, R. J. Davis, D. R. Lutz en W. Smith, “Optical generation of tunable ultrasonic waves”, Journal of Applied Physics, vol. 53, nr. 2, pp. 1144-1149, februari 2002.

Als het volume- of het uitgavenummer ontbreken, dan kan je die vervangen door de datum van de uitgave. Al naargelang de frequentie waarmee het tijdschrift verschijnt, vermeld je enkel de maand of de dag en de maand. In beide gevallen is het niet nodig om de maand ook achteraan te vermelden:

Auteurs, “Titel van het artikel”, Naam van het tijdschrift, maand, pp. paginanummers, jaar.

[5] J. Fallows, “Networking technology”, Atlantic Monthly, juli, pp. 34-36, 2007.

Auteurs, “Titel van het artikel”, Naam van het tijdschrift, dag maand, pp. paginanummers, jaar.

[27] B. Metcalfe, “The numbers show how slowly the Internet runs today,” Infoworld, 30 september, p. 34, 2006.

Merk op dat je bij een tijdschriftartikel de plaats en de uitgever niet hoeft te vermelden.
Bij een artikel of een deel uit een boek doe je dat wel. Meer nog, je geeft ook aan wie de redacteurs zijn en laat de gegevens van het boek voorafgaan door “in”. Je kan ervoor kiezen enkel de paginanummers van het hoofdstuk op te nemen of ook het hoofdstuknummer:

Auteurs, “Titel van het artikel”, in Titel: ondertitel van het boek, Plaats van uitgave: uitgever, jaar, h. hoofdstuk, pp. paginanummers.

[9] H. C. Hottel and R. Siegel, “Film condensation”, in Handbook of Heat Transfer, 2nd ed. New York: McGraw-Hill, 2011, h. 9, pp. 78-99.

Neem je deel uit een verzamelwerk, vermeld dan zowel de auteurs als de redacteurs:

Auteurs. (jaar). Naam artikel/hoofdstuk. In Redacteurs (Red.), Titel en ondertitel boek, pp. pagina’s. Plaats uitgave: naam uitgeverij.

[10] W. M. Rohsenow, “Heat transmission”, in Thermal Radiation Properties, vol. 3. M. W. Catton and J. P. Hartnett, red. New York: Macmillan, 2012, h. 9, pp. 37-62.

Verder gelden alle regels voor boeken en afzonderlijke publicaties ook voor artikels uit tijdschriften of boeken.
Raadpleeg je een versie van een bron die enkel digitaal beschikbaar is, dan vermeld je na het jaartal om wat voor soort elektronische bron het gaat ([Online]. [E-book], enz.), gevolgd door de bron (“Beschikbaar”). Probeer ook steeds te vermelden wanneer je de bron het laatste geraadpleegd hebt (“[Geraadpleegd op datum]”).
Voor e-boeken volg je gewoon de IEEE-stijl voor fysieke boeken:

[19] L. Bass, P. Clements en R. Kazman, Software Architecture in Practice, 2nd ed. Reading, MA: Addison Wesley, 2003. [E-book] Beschikbaar: Safari e-book.

De meeste artikels die je raadpleegt zijn gewoon digitale versies van fysieke artikels (je kan ze herkennen aan het feit dat ze een jaargang, uitgavenummer en paginanummers hebben). Hiervoor gebruik je de gewone referentiestijl voor fysieke artikels uit tijdschriften.
Heb je toch een artikel gevonden die enkel online beschikbaar is of verschilt van de fysieke versie, dan doe je het zo:

[20] A. Altun, “Understanding hypertext in the context of reading on the web: Language learners’ experience”, Current Issues in Education, vol. 6, nr. 12, juli 2005. [Online]. Beschikbaar: http://cie.ed.asu.edu/volume6/number12/. [Geraadpleegd op 2 december 2007].

Een website kan je op heel wat manieren vermelden. Ken je de auteurs en de titel van de pagina, schrijf dan:

Auteurs. “Titel pagina”, Titel website. [Online] Beschikbaar: URL. [Geraadpleegd op datum]

[2] J. Geralds, “Sega Ends Production of Dreamcast”, vnunet.com, para. 2, 31 januari 2007. [Online]. Beschikbaar: http://nli.vnunet.com/news/1116995. [Geraadpleegd op 12 september 2007].

Ken je de auteurs niet, gebruik dan gewoon de titel:

[2] “Sega Ends Production of Dreamcast”, vnunet.com, para. 2, 31 januari 2007. [Online]. Beschikbaar: http://nli.vnunet.com/news/1116995. [Geraadpleegd op 12 september 2007].

Vergeet ook niet de gespecialiseerde software die je gebruikt hebt in de referentielijst op te nemen. Vaak kan je de auteurs makkelijk terugvinden en schrijf je:

Auteurs. Titel software. [Software] Plaats uitgave: naam uitgeverij, jaar.

Is het niet duidelijk wie de software gemaakt heeft, gebruik dan de naam van het bedrijf of refereer naar de titel van het pakket:

[3] Thomson ISI, Endnote 7. [CD-ROM]. Berkeley, CA: ISI ResearchSoft, 2006.

De meeste bronnen die je als bio-ingenieur zult gebruiken, kan je vangen in de hokjes boek, artikel of digitale bron. Heb je echt nood aan die ene gekke bron, dan weet je zoekmachine raad. Hanteer hierbij dezelfde regels als bij boeken en artikels. Ontbreekt het jaartal, dan schrijf je bijvoorbeeld (z.j) of (s.d.) in plaats van (jaar).
Een norm geef je bijvoorbeeld als volgt weer:

[1] IEEE Criteria for Class IE Electric Systems, IEEE Standard 308, 1969.

Een patent of octrooi ziet er zo uit:

[5] J.P. Wilkinson, “Nonlinear resonant circuit devices,” U.S. Patent 3 624 125, July 16, 1990.

Neem je figuren of tekst over zonder bronvermelding, dan pleeg je plagiaat. Het maakt daarbij niet uit of je van kwade wil bent of een schoonheidsfoutje maakt. Kleine aanpassingen aan de overgenomen stukken zullen je trouwens niet helpen.
Plagiaat is niet alleen strafbaar, maar wordt ook door de UGent streng aangepakt. Je riskeert zelfs schorsing — lees artikel 78 van het Onderwijs- en Examenreglement (OER) er gerust op na. De universiteit heeft software die automatisch een plagiaatscore voor elk ingediend werk berekent en aangeeft welke stukken gekopieerd zijn uit andere bronnen. Dit programma neemt niet alleen gepubliceerde artikels en boeken in rekening maar ook bachelorproeven en thesissen. Er is dus geen ontsnappen aan.
Toch is er geen nood voor ongerustheid. Als je getrouw aangeeft wat je uit welke bron haalt dan is de kans uitermate klein dat je toevallig toch genoeg overeenkomsten hebt met andere werken en dat je van plagiaat beschuldigd zal worden. Werk eerlijk en integer.
Scroll naar top